» Beeld op de dijk

Wat is dit?

Gerard Walraeven:


Een man van het 

 

grote werk...



Arnhem is twee werken van hem rijk. Het een staat langs de snelweg naar Nijmegen, op de dijk, tussen de viaducten in, en toont twee vloeiend tegen elkaar aan gevleide vormen. Het ander, tussen de Nieuwe Oeverstraat en de Weerdjesstraat op het Nieuwe Plein, is een welgevormde tweekleurige kubus. De maker, de Nijmeegse kunstenaar Gerard Walraeven (59) kan er eigenlijk maar weinig over zeggen: `Het is een abstractie, een weergave van een gevoel. Het heeft te maken met mijn persoonlijkheid ten opzichte van het materiaal, de keuze van dat materiaal, en de vorm.'
Een gesprek met een man van het grote werk.

Wat is jouw voorgeschiedenis, wat was je motivatie om in dit vak te gaan?
Ik had altijd wel het gevoel dat ik iets in de vormgeving wilde doen. Op een gegeven ogenblik ben ik het etaleursvak gaan beoefenen. Maar dat was het ook niet. Toen ben ik in het leger gegaan met de gedachte van: ik wil hierna toch proberen het kunstenaarsvak te gaan beoefenen. Dat is een soort gedrevenheid, h. Gevoel voor vorm, voor schoonheid, kan je zeggen. Ja. het is heel abstract. Na de dienst ben ik gaan studeren. In Den Haag. De avondopleiding bij de vrije academie Psychopolis.
Geslaagd?
In 1971 heb ik het diploma gehaald. Daarna ben ik echt voor mezelf begonnen, heb ik de knoop doorgehakt. Dat was financieel natuurlijk moeilijk. Maar het lukte. Op een gegeven moment zat ik in een circuit van tentoonstellingen, bij Marita Metman, van galerie De Rietstal in Arnhem. Daar kwamen veel jonge kunstenaars, mensen met talent. Zij pushte dat ook heel erg. Vanuit die situatie kreeg ik al snel een knots van een opdracht in Buitenveldert, bij het politiebureau. Het was iets van 125.000 gulden... Een heel groot bedrag.
Dat tikte lekker aan... Kun je zeggen dat je een gelukkige start gehad hebt?
Ja. Maar ik heb er ook wel voor geknokt, ik heb het wel gedn. Ik heb heel bewust nooit in de regio proberen dingen voor mekaar te krijgen, steeds de grote stad opgezocht. En ik heb altijd gedacht, als ik wat wil bereiken, zeker met dat werk van mij, moeten het grote opdrachten zijn. Want ik maak geen kleine dingen, heb ik ook nooit gemaakt.
De twee beelden in Arnhem. Kun jij daar wat over zeggen...
Weinig...
Wat het betekent...
Het betekent niks... Ja, dat is heel moeilijk. Het is een abstractie, een weergave van een gevoel. Het heeft te maken met mijn persoonlijkheid ten opzichte van het materiaal, de keuze van het materiaal, en de vorm, kan je zeggen. Dat weerbarstige, sterke materiaal probeer ik naar mijn hand te zetten.
Is er een verband tussen de vorm en de plek?
Soms.
In dit geval in Arnhem?
Nee, nee. Maar dan moet je ook niet zozeer aan de vorm denken, maar meer aan de maat. Als het een opdracht is, en de plek is bekend, dan heeft het vaak te maken met maatvoering. Een plek heeft een maat. Daar houd ik altijd wel sterk rekening mee.
Je bedoelt een mate van evenredigheid tussen de afmeting van het werk en de wijdte, de ruimte van de plek... Dan is de kubus op het Nieuwe Plein veel te klein uitgevallen...
Die kubus is nooit voor die plek bedoeld geweest, die was voor de gemeente Nijmegen. Oorspronkelijk ging het om een serie van drie, voor de Zieckerstraat. Dat zou een soort winkelgebied worden. Maar dat is niet doorgegaan. Dit beeld van de serie ging naar Arnhem. Hier stond het op verschillende plekken. Maar toen Struycken het Roermondsplein ontwierp, hadden ze zo'n plateautje en dat vonden ze een mooie plaats. En ik vond hem er ook niet echt slecht staan. De andere twee beelden zijn trouwens in Nijmegen gebleven.
Het is een kubusvorm, met het roestvrij staal erin. Hoe is die wat het materiaal betreft opgebouwd?
Dat was technisch heel moeilijk. Want als je roestvrij staal en cortenstaal combineert krijg je een elektrolytische werking. Contact tussen die twee materialen moet je vermijden. Er zit een coating tussen, het is niet gelast. Die band roestvrij staal zit er gewoon in, ingebouwd...
Er is bij wijze van spreken in het cortenstaal een rand uitgefreesd en daar is roestvrij staal tussen gezet...
Ja, en daar waar dat op het cortenstaal rust, zit die pakking.
Kun je nog wat vertellen over dat monument wat op de dijk staat?
Dat werk is oorspronkelijk gemaakt voor de tentoonstelling Beelden op de Berg, in 1979, in Wageningen. Het was een, wat je noemt, vrij beeld. Dat heb ik dus zelf gefinancierd en voor die expositie gemaakt. Er waren veel gemeentes die interesse hadden en uiteindelijk is het dan toch naar Arnhem gegaan. En daar vond men het mooi om het op die dijk te zetten, op de scheiding tussen Elst en Arnhem, in het Jubileumpark dat er kwam ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad.
Er is hier dus beslist geen verband tussen de vorm en de omgeving...
Nee. Dat kan je er nu wel bij bedenken, zo van een plak voor Elst en een plak voor Arnhem. Maar dat is dus niet zo...
Kun je vertellen waar verder werk van jou te bewonderen is?
Ik heb twee beelden in Amsterdam staan. Een zoals al vermeld in Buitenveldert. Het andere is ook een hele grote, op de Gaasperdammerweg. Daar heb ik voor de eerste keer kleur toegepast; cortenstaal met blauwe vlakken. In Rotterdam bij de metro staat ook een heel groot beeld. Daarnaast nog in Wageningen, bij de universiteit, in Wijchen, een piramide, in de nieuwbouwwijk Krayenberg. En in de Tweede Oude Heselaan in Nijmegen, bij het wijkcentrum.
Maak je wel eens dingen uit jezelf. Zonder dat je er een opdracht voor hebt?
Nee. vroeger wel. Misschien zou ik het gaan doen als die opdrachten er niet meer waren. Ik ontwerp wel dingen natuurlijk h. Maar niet in de concrete sfeer dus. Zoals sommige van de schetsen die hier hangen.
Kun je dan je creativiteit genoeg kwijt?
Dat ontwerpen blijft wel doorgaan. Maar mijn ontwerpen zijn altijd gericht op grootschalige dingen. Het zijn niet van die kleine dingen die je even in een galerie kan zetten.
Schilder je nog wel eens?
Nee, nee. Maar misschien komt dat weer terug, dat weet je niet. Ik bedoel, die opdrachten houden natuurlijk een keer op.
Zoals jij dat nu allemaal doet, ben je dan niet een beetje theoretisch, bureaumatig bezig...
Nee, dat vind ik niet. Ik heb er geen rot gevoel bij. Zon opdracht waar ik nu mee bezig ben, voor een winkelcentrum in Beuningen, daar rolt zoveel uit. Het is niet zo van: hier is een plek en daar wordt iets voor gemaakt. Ik maak - uit een scala van ideen - een keuze... En die lever ik dan aan.
Heb je dan een aantal ideen liggen?
Nee. Maar die zitten in je kop en die ontwikkel je dan.
Je mist niet een vorm van spontaniteit bij jezelf?
Nee, helemaal niet.
Ik neem aan dat je dit soort dingen ook niet allemaal zelf maakt...
Jawel. Ja, die grote beelden ook. Ik heb altijd grote ateliers gehad. Maar ik werk nu met een bedrijf in Nieuwerkerk. Daar huur ik meestal een stuk van de hal af en dan ga ik met een of twee mensen van dat bedrijf aan de gang. Die twee werken in Arnhem, die heb ik ook zelf gemaakt.
Waar moet kunst in de openbare ruimte volgens jou aan voldoen?
Waar het aan moet voldoen is de maatvoering... Het moet een functie hebben - en dat hoeft niet in de zin van een verhaal te zijn - theatraal of weet ik wat. Die beelden moeten ruimte innemen. Ze moeten betekenis hebben in die ruimte, dat is het allerbelangrijkste. In wezen kan je er alles voor gebruiken.
Er moet een overeenstemming zijn in de schaal...
Dat zou je kunnen zeggen. Maar gevoelsmatig moet het ook kloppen. Die ruimte moet manifest worden door het plaatsen van het object. En dat is op die dijk ook gebeurd. De plaats was een welbewuste keuze. Ik heb die dijk er ook nog voor laten afgraven.... Ja, dat vind ik allemaal van belang.






[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Kunst in Arnhem

  • Kunst in de Arnhemse openbare ruimte.

Tekst en foto's:

  • Eddy Brugman eddybrugman@gmail.com

Impuls

  • De interviews werden - soms in een andere vorm - rond 2001 gepubliceerd in de straatkrant IMPULS.

Site onder constructie

  • Deze site is onder constructie!

Copyright 2002-2018