╗ Luchtstenen in Presikhaaf

Wat is dit?

Foto
Rob Sweere:

"Luchtstenen"

in Presikhaaf


Rob Sweere ontwierp voor het herbouwde Presikhaaf benoorden de IJssellaan twee kunstwerken. Het unieke daarbij is, dat ze niet alleen mooi zijn om naar te kijken, maar dat je er ook in kunt zitten. Waarbij je dan overigens wel een rotsblok van 1500 kilo boven het hoofd hangt... De Arnhemse kunstenaar borduurde er mee voort op het succes van zijn "Stil gesprek met de hemel" en andere projecten waarin hij mensen zoals u en ik een - ook esthetisch verantwoorde - voorziening biedt om even los van de wereld te komen. Hier Rob Sweere's verhaal over mooie foto's die een eigen leven, en dat van anderen, gingen leiden...

`Ik kom uit een heel gewoon gezin. Waar niemand zich bezig hield met kunst of dergelijke zaken. Op mijn elfde begon ik met tekenen en schilderen. Na een aantal jaren ben ik gaan fotograferen. Dat heb ik echt enorm veel gedaan. Ik ging naar de kunstacademie in Breda om fotografie te studeren. Omdat dat vak me toch te benauwd was, ben ik een paar jaar naar Arnhem gekomen voor de Vrije Kunst. Na het afstuderen heb ik wat gewerkt als kunstenaar. In 91, 92 zat ik in Amsterdam, op de Rijksacademie. Tijdens de studie heb ik verschillende baantjes gehad om geld te verdienen. Maar in het vierde jaar had ik zoiets van nee, ik wil mijn geld verdienen als kunstenaar en niet op een andere manier. En ik ga pas weer ander werk doen om geld te verdienen als het echt, Ŕcht niet meer gaat. Dat is nu 12 jaar geleden. Het eerste geld dat ik als kunstenaar kreeg was in 1991, een staatsstipendium van het Fonds voor de Beeldende Kunsten. Het werd me toegekend voor fotografie en voor de installatieachtige dingen die ik maakte. De eerste kunst die ik echt verkocht waren foto's, in de academietijd. Foto's heb ik altijd wel verkocht trouwens.'

"Stil gesprek met een boom"
`Na een tijdje maakte ik alleen nog maar foto's van mezelf in bepaalde situaties. Die situaties werden op een gegeven moment acties, zoals ik ze noemde. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld een stil gesprek met een boom houdt... Dat deed ik dan een half uur. Iemand maakte om de paar minuten een foto. Daarvan koos ik er een uit om dat te laten zien. Het is een enorme serie geworden. Op een gegeven ogenblik besloot ik niet om maar ÚÚn moment, maar om de actie helemaal te laten zien, op video. Daar heb ik heel veel exposities mee gemaakt. De laatste grote was de solovoorstelling in het Museum voor Moderne Kunst, hier in Arnhem, in 1996. Eigenlijk was dat het eindpunt van die serie werken, omdat ik het idee had dat ik klaar was met die foto's. Ik had persoonlijk hele sterke, hele intensieve ervaringen bij die acties. Bijvoorbeeld als ik een uur lang een stil gesprek hield met een grote rots in de bergen. Op die tentoonstelling had ik het gevoel dat het niet overkwam. Het waren wel mooie foto's. En ik had die hele sterke ervaringen. Maar alles was er eigenlijk slechts een afspiegeling van. Toen ben ik dingen gaan maken waarbij de mensen de actie zelf konden doen. Ik wilde mensen hulpmiddelen verschaffen om ook zo'n ervaring te kunnen krijgen. Het aardige daarbij is dat de ervaring zoals ik hem heb, altijd anders is dan zoals jij hem hebt. Ik kan het wel over mijn ervaring hebben, maar is dat wel interessant? Want die is volledig afhankelijk van hoe je je op dat moment voelt, van je voorgeschiedenis, van je karakter... Allerlei omstandigheden. Dus nu maak ik toestellen waarbij mensen zelf hun eigen unieke ervaring kunnen hebben. Het eerste grote project dat erg goed liep was "Een verplaatsbare plek voor een stil gesprek met de hemel". Daarbij konden mensen zelf de plaats uitkiezen waar ze dat gesprek wilden hebben. Zoals bij iemand in de moestuin, iemand anders wilde op het strand... Dat ging via een apparaat van 3,5 meter hoog waar ze dan op plaats moesten nemen. De stelregel was dat je er minimaal een uur op moest blijven. De mensen deden dat, een uur lang gewoon maar naar boven kijken en dan kwamen ze naar beneden. Die ervaringen die ze me toen vertelden, heb ik opgeschreven. Die staan ook in een folder. En dat is weer een project op zich. Het liep wonderbaarlijk goed. Ik kreeg er projectsubsidie voor en er was heel veel aandacht in de media, radio, krantenartikelen. Al met al zo bemoedigend, dat ik daar nog steeds mee bezig ben. Er is enorm veel belangstelling voor. Waar mijn ontwerpen op gebaseerd zijn ook is de nieuwsgierigheid van mensen. Of mensen nu wel of niet in kunst ge´nteresseerd zijn, daar houd ik me helemaal niet mee bezig. Maar ik ben nog nooit iemand tegengekomen die niet nieuwsgierig was. Als je bij het toestel staat of er op af komt lopen, weet je al wat de bedoeling is. Maar het is zo tegelijkertijd, als je er op ligt of op zit, dan is het toch weer heel iets anders. Dat is de balans waar ik naar op zoek ben. Maar iedereen is nieuwsgierig. Dat is echt opvallend.'

Uitersten in Presikhaaf
`In 1998 kreeg ik van de gemeente Arnhem een opdracht om in Presikhaaf wat te maken. Waar ik mee eerst mee beziggehouden heb, was van de positie waar ik een of meerdere beelden neer wilde zetten. Ik kwam er achter dat er twee uitersten in die buurt zijn. Het ene is het sociale centrum. Dat ligt op een hoek van de wijk, bij het winkelcentrumpje. Het is een ontmoetingsplek. Daar zijn ook drie zittingen, een soort stoelen, vlak bij elkaar. Het is ontworpen als een soort huis, zonder muren. Het vloeroppervlak is uitgetekend in zwart en daarop staat een poort, een rechthoek. Het is heel duidelijk dus een plek om elkaar te ontmoeten. Het andere uiterste, aan de Maaslaan, is juist een mijmerplek, een plek waar je alleen kunt zijn. Je gaat er omhoog, je moet een trap opklimmen. Als je daar zit dan kijk je in stilte de wijk uit, naar het park en naar het spoortalud... Nee, ik heb eerlijk gezegd nauwelijks een beeld van de reactie van de buurtbewoners. Ik merk wel dat als ik er eens een keer langs rijd, dat het gebruikt wordt. Voornamelijk bij het winkelcentrum gaan mensen er wel op zitten. Of kinderen spelen erop. Van de andere installatie weet ik niet of die veel gebruikt word. Maar ik vind hem er wel heel fantastisch staan. Als een soort baken. Een van de ideeŰn waarom ik het dÓÓr neer heb gezet was dat, als je daar de hoek omslaat, je gaat er de wijk in, en je ziet dat ding daar, dan moet je het idee hebben dat je thuis bent. Wat die rotsblokken betreft... Omdat het een nieuwbouwwijk is, alle materialen zijn nieuw, ben ik eens gaan kijken wat het oudste bouwmateriaal was. En in Nederland zijn dat rotsblokken. Het aardige is dat in die wijk het wijkcomitÚ daar al een heleboel van die keien had neergelegd, op de grond. Wat er nu gebeurd is, is dat ik er nog keien aan toegevoegd heb. Maar ik heb ze tegelijk een positie gegeven die ze normaal nooit hebben. Ze liggen altijd op de grond, je kijkt altijd van bovenaf op een kei, je ziet nooit de onderkant. Tegelijkertijd is het ook zo dat keien niet kunnen vliegen. Daarom ik heb ze hoger geplaatst. Je ziet de onderkant. En ze zijn 1500 kilo per stuk. Dat is zwaarder dan de gemiddelde personenauto. En daar ga je onder zitten. Die spanning vind ik ook belangrijk. Dat je onder zo'n zware kei zit. En hem zwevend ziet afsteken tegen de lucht als je omhoog kijkt.'

Kunst op straat
`Wat kunst volgens mij op straat moet doen? Mensen even uit hun dagelijkse routine halen. Op het moment dat ze naar het kunstwerk kijken of, zoals bij mij, het kunstwerk gebruiken. Iedereen heeft zijn dagelijkse routine van gedachten en van handelingen, heel veel dingen gaan als maar door. Als je een kunstwerk tegenkomt, dan zou het mooi zijn dat je gedachtenstroom voor een moment even een andere wending neemt.'

Interview Eddy Brugman; Straatkrant Impuls, november 2001.


[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Kunst in Arnhem

  • Kunst in de Arnhemse openbare ruimte.

Tekst en foto's:

  • Eddy Brugman eddybrugman@gmail.com

Impuls

  • De interviews werden - soms in een andere vorm - rond 2001 gepubliceerd in de straatkrant IMPULS.

Site onder constructie

  • Deze site is onder constructie!

Copyright 2002-2018